Rotterdam Zen

Rotterdam Zen

Rotterdam Zen
Mens-zijn

Grenzen:

Wat is een grens? In de dikke Van Dale staat:
1 : een denkbeeldige lijn die twee gebieden scheidt.
2 : hoeveelheid, waarde die niet overschreden mag worden.

Ad 1: Soms zijn deze heel duidelijk en strak zoals bv de strepen op de weg, de lijnen op een sportveld, een heg tussen twee tuinen, een muur, een slagboom. Deze grenzen zijn door mensen aangelegd ter bescherming, structurering, ordening, duidelijkheid, privacy. We hebben daar onderling afspraken over gemaakt. Er is wetgeving en er zijn  scheidsrechters, als er niet aan de afspraken gehouden wordt. Duidelijke sancties dus.
In de natuur is een grens vloeiender, ronder, beweeglijker, zoals de overgang van zee naar land, de oevers van een meanderend riviertje, van woestijn naar grasland, de overgang van een dorp naar het platteland, van het centrum van een stad naar de buitenwijken, waar de natuur weer meer aanwezig is.
Ad 2: Een hoeveelheid, een waarde die niet overschreden mag worden…….Dat is een mooie omschrijving, die door (vrijwel) ieder mens diep gevoeld zal worden als waarheid, als kloppend, maar…….welke waarheid??? Wiens waarheid????En waar blijft het respect voor jezelf en voor een ander als je je grenzen aan moet geven? Hoe doe je dat? Jezelf niet in de steek laten als je een grens wilt of moet aangeven maar ook zorgvuldig omgaan met een ander, als je dat doet. Dat is een hele grote Kunst, een levenskunst. En als je in Hara, diep in je buik aanwezig bent, dan kun je dat ‘als vanzelf’ doen. En als het ‘mis’ gaat, kun je (h)erkennen, herstellen, loslaten en weer opnieuw verder gaan.

Hoe weet je nu dat je aan een grens bent? Welke signalen zijn er?
In de taal zijn er prachtige zegswijzen, spreekwoorden, zoals:

Mijn zintuigen helpen:

Mijn lijf reageert: er gaat iets open, stromen. Of het verkrampt van binnen, ik krijg het benauwd, pijn in mijn buik enz. Kortom: bewust worden……….

In de baarmoeder zijn we grenzeloos. Het kind is nog symbiotisch verbonden met de moeder door de navelstreng. Na de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt ( als het goed is ook emotioneel) en is het kind een eigenstandig wezen, ook al heeft het nog geen weet van (lichaams)grenzen. De rest van ons leven zijn we bezig met grenzen. Verkennen, herkennen, erkennen, opzoeken, uit de weg gaan, verdrietig, bang of boos van worden, gefrustreerd door raken. Heel veilig en verbonden kunnen voelen bij (groot)ouders, een broer of zus, een partner, eenzaamheid voelen bij het gemis van een partner, of ook wel eenzaamheid ín een partnerschap, enz enz……Tot we bij het overlijden weer een grens overgaan naar…….?????

Door sociale codes, cultureel verschillend, wordt bepaald hoe dicht we een ander kunnen naderen in verschillende situaties. In onze cultuur kennen we een intieme afstand, (omhelzing, een kind op schoot), een persoonlijke afstand  (hand schudden), een sociale afstand (samenwerken, receptie) en een publieke afstand (lezing in een zaal). En hoe doen we het dan als we met vreemden in een volle lift staan?? Kunnen we de ruimte delen, of trekken we ons terug? Sluiten we af? Of ‘moeten’ we wat zeggen omdat de stilte te groot wordt en het ongemakkelijk wordt? Of nemen we teveel ruimte in, hebben we geen tact voor de ruimte van een ander?
Contact tussen twee mensen vindt plaats óp de grens. Daar voel je jezelf én je voelt de ander. In dit contact wordt uitgemaakt hoe dicht je de ander wilt toelaten en hoeveel (ruimte) van jezelf je wilt delen. En voorbij de grens, de grens valt weg, samenvallen, intimiteit. (Binnen = buiten, onderscheid valt weg, alles is met alles verbonden)
Voorbewust is er al die innerlijke reactie van dichterbij willen of weg willen. Je krijgt te maken met een gevoel van ja of nee, van lust of onlust. Van dichterbij willen of verderaf. De hele dag door speelt dit openen en sluiten. Dit ademen is de grondbeweging van leven. Of je het nu wel of niet bewust bent. Dit hoort bij onze menselijke natuur (het relatieve). Ze hebben beide hun kwaliteit, zijn beide nodig. Een probleem ontstaat als je je niet kunt openen terwijl je daar misschien wel naar verlangt (je verkeert dan in een isolement) of je niet kunt sluiten als je daar behoefte aan hebt (overprikkeling,  stress, angst om alleen te zijn). En een probleem ontstaat ook als je je grenzen niet aan kunt geven. Omdat je ze niet (her)kent, of het nooit geleerd hebt, of bang bent een ander te kwetsen, enz enz. En een probleem is ook als je zo gehecht bent aan je eigen basale reacties dat je niet meer anders kunt, durft en wilt.
In het naderen, genaderd worden, raken, geraakt worden, is ook sprake van een eigen tempo en een eigen temperament, over en weer. Je kunt geraakt worden door een ander, even moeten stoppen, tijd nodig hebben. Een ander kan veel sneller zijn. Dikwijls doet een te snel openen een ander juist wat sluiten. Een erg langzaam, aarzelend naderen kan ook een ander doen sluiten.

Het is prettig als deze grenzen duidelijk zijn voor jezelf én als je duidelijk kunt zijn in het aangeven van deze grenzen. Dan kun je je vrij bewegen in deze grenzen en de overgangen.
Kortom: in het contact met mensen.

 

Marli Lindeboom
Ahornlaan 7
3053 WL Rotterdam
T 010-418 63 42
M 06-12755459
E M.L.Lindeboom@gmail.com Facebook