Rotterdam Zen

Rotterdam Zen

Rotterdam Zen
Verder lezen

Hotei

Hotei (Bu-dai)
11-02-16  

Waar ik altijd weer zo blij van word, is dat gedurende vele, vele eeuwen altijd mensen op zoek zijn geweest naar vereniging met God, de bron, eenheid, en vele andere woorden. In oude natuurvolken was het een gegeven: er was geen onderscheid, er was een vanzelfsprekend weten dat alles met alles verbonden was, dat wij als mensen geen afgescheidenheid zijn. Dat wij derhalve onze planeet ‘Moeder Aarde’ en ‘Vader Hemel’ met het allergrootste respect dienen en daarmee in een levende uiwisseling staan. In Zen termen voor mij: Big Heart en Big Mind. Bij de natuurvolken ook allerlei rituelen en tradities om ‘het Goede’ gunstig te stemmen en ‘het Kwade’ te bezweren. Met daarbij uiteraard ook alle eigenheden en eigenaardigheden van het mens en mede-mens zijn, waarbij de oude wijzen en de sjamanen hielpen om het pad.

In vele tradities is geprobeerd het geestelijk leven, het spirituele pad op een eenvoudige wijze overzichtelijk voor te stellen.
Johannes van het Kruis, de Spaanse mysticus uit de 16e eeuw tekende voor zijn leerlingen een berg.
Theresia van Avila, ongeveer uit dezelfde tijd, beschreef voor haar leerlingen een dwaaltocht door een groot kasteel, waarin in het diepste van het kasteel de verniging met Gos plaatsvond.
De Soefi leraar Attar beschrijft zeven valleien, die mystieke vogels door moeten trekken om de goddelijke eenheid te bereiken. En vele andere wegen……
Ook het Boeddhisme heeft op verschillende manieren een ontwikkelingsweg beschreven en geschetst. In de Zen traditie zijn vooral de ‘plaatjes van de os’ bekend. Ze vertellen over geestelijke groei aan de hand van 10 tekeningen, waarin het leven vergeleken wordt met het hoeden van een os:

  1. Zoeken (os is zoek, hoeder probeert hem te vinden)
  2. Sporen vinden (hoeder ontdekt de sporen van de os)
  3. Zien (hoeder ziet de os)
  4. Vangen (hoeder vangt de os)
  5. Temmen (hoeder temt de os)
  6. Naar huis rijden (hoeder berijdt de os naar huis)
  7. De os vergeten (hoeder komt thuis, er is geen os meer)
  8. Alles vergeten (leegte: os en hoeder zijn onvindbaar)
  9. Terugkeer naar de bron (oorsprong, deze wereld)
  10.  Naar de markt (lege handen: Hotei)

Tot de 12e eeus ging het niet verder dan plaatje 8:leegte
Maar Zen meester Shiyuan begreep dat leegte niet het einddoel is van de Zen weg: verlichting manifesteert zich uiteindelijk in de relatie tot de wereld.

Het geheel vertelt over de paradox van ons leven. De os is het symbool voor de altijd aanwezige Boeddha natuur, het oorspronkelijk gelaat, het ware zelf. We gaan op pad om dit te vinden, komen hier zitten, bezoeken al dan niet de leraar. De os valt volledig samen met ieder huidig bestaansmoment. De plaatjes zijn  waardevolle hulpmiddelen (Upaya), die ons helpen herinneren, de weg wijzen.
(waarschijnlijk een os ivm heilige koe in India; in Tibet versie met olifant)
De tekeningen overstijgen het verschil tussen de plotselinge (Rinzai) of geleidelijke verlichting (Soto) (relatieve bestaan en ieder moment is een Boeddha-moment)

De plaatjes hebben een volgorde, maar in werkelijkheid, absoluut gezien, is het geestelijk leven niet iets dat ergens begint, een keurige volgorde loopt en dan ergens eindigt. Het gaat veel grilliger dan dit.

Ik besteed graag vanavond aandacht aan het tiende plaatje, Bu-Dai, in het Japans Hotei (hangt ter herinnering in de hal bij het weer naar buiten gaan). Zijn innerlijke rijkdom is hem niet aan te zien, hij volgt geen meesters, hij gaat zijn eigen weg, ziet er eenvoudig uit, houdt wel van een wijntje, iets lekkers te eten erbij. Gelukkig houden we bij ZR ook van deze aard van ons, anders was ik hier vast niet gebleven.
Maar…… wie Hotei ontmoet, verandert in een Boeddha.

Als een zwerver naar de markt,
met modder en stof overdekt,
stralende ogen, brede lach.
Er is geen behoefte aan de wonderen
En de magische krachten van de goden.
Een ontblederde boom die hij aanraakt
Staat terstond in volle bloei’

Zen is niet doen wat anderen al doen of gedaan hebben. Zen is je eigen weg gaan, dat doen wat alleen jij kunt doen. (Chassidisch verhaal over rabbi Sussja, die zei: ‘In de komende wereld zal niet gevraagd worden waaron ik niet Mozes  geweest ben. Mij zal gevraagd worden: ‘waarom ben je Sussja niet geweest?)
Telkens verschijnen in de geschiedenis van het Zen Boeddhisme barsten in een ideaal beeld van een Zen leven: de dwaze Han-Shan; de excentrieke Ikkiyu; de naieve Ryokan. En dichterbij de grote verwarringen rondom tweede W.O en nog dichterbij ons het leven van Genpo en Nico……uiteindelijk is Zen onvindbaar, want het onderscheidt zich in niets van de werkelijkheid.
Zen is een opening, een oneindige ruimte die je met je meedraagt en waarin plaats is voor het hele universum. Het tiende plaatje omschrijft die opening als de bereidheid om te helpen: ‘met lege handen naar de markt’ (vgl ideeen tijdens Sesshin: willen geven, willen delen).

Het geestelijk pad beginnen we weliswaar bij onzelf: vanuit verlangen naar innerlijke rust, naar vrede, vanuit een gevoel dat er meer is dan ons huidige bestaan. Maar ergens kan dat veranderen……wordt deze ‘ik’ gerichte motivatie minder en verandert in meer dienend, helpend, ondersteunend, gevend, t.b.v. het geheel. Helpen met intact laten van de ander en het andere. Niet met een gedachte om goed te willen doen, maar zonder voorwaarde, ‘om-niet’.

Zolang we Zazen beoefenen vanuit de ‘ik-gerichtheid’ zijn we nog bij bij  het begin…..daarom reciteren we ook steeds de Bodhisatva geloftes, ieder keer weer, en weer, en weer…..
En daarom als we in een Sesshin zoveel en zolang in stilte zijn, geven we onszelf de kans  dat onze ‘ik-sluiers’ wat opzij gaan en Boeddha natuur zichtbaar wordt, ervaarbaar wordt. En daaruit volgt dan als vanzelf liefdevoller, vriendelijker, met ruimte voor elkaar, aanwezig zijn. Dat hoorden we in de afgelopen Sesshin weer zo mooi terug in de afsluitende luistercirkel: wat een rijkdom, puurheid, eigenheid, bereidheid om te delen en te geven. Voor mij leven en beleven we dan precies waar onze praktijk over gaat: het is dan pure expressie ervan. 25 mensen die dagen in stilte op een kussentje hebben gezeten, Kinhin, pauzes, individuele gesprekken hebben gehad, geluisterd naar mooie Dhama lessen. Wat wordt er veel in beweging gezet, raken we elkaar en worden we aangeraakt
Wat natuurlijk, weer terug in ons drukke bestaan met alles wat dat weer met zich meebrengt, weer versnelling, versnippering, verharding, versluiering met zich meebrengt.
En daarom komen we steeds weer terug naar de Zendo, om weer te gaan zitten, met elkaar, voor elkaar, besteden we weer aandacht aan de drie juwelen, de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Om ons te her-inneren, weer terug te vinden, weer te ervaren, weer het tiende plaatje van de os te zijn, en als Hotei weer naar huis te gaan.

Het eerste plaatje van de os toont de mens op zoek naar zichzelf.
In het laatste plaatje zoekt dezelfde mens andere mensen.
En kent hij nu de reden van zijn aanwezigheid in de wereld.

Bron: ‘Het temmen van de os’ Nico Tydeman

Marli Lindeboom
Ahornlaan 7
3053 WL Rotterdam
T 010-418 63 42
M 06-12755459
E M.L.Lindeboom@gmail.com