Rotterdam Zen

Rotterdam Zen

Rotterdam Zen
Verder lezen

Open ruimte
29-01-2017

Gretha vroeg me twee weken geleden om op de laatste dag van de Sesshin een Dharma les verzorgen. Mijn allereerste reactie was wat schrik, want ik moest nog veel voorbereiden voor andere groepen en gelegenheden. Ik voelde onmiddellijk de vernauwing van bevangenheid, want ik had veel meer tijd nodig…….want waar ging ik het over hebben…..??? Ik mocht zelf kiezen, zei Gretha. De dagen erna zocht ik naar een onderwerp dat dicht bij me ligt, dan is het zo intiem mogelijk. Ik kwam bij een onderwerp waar ik al langer mee bezig ben, maar ik besefte dat ik nog meer tijd nodig heb voordat ik dat kan en durf aan te kaarten, het risico te lopen op misverstaan worden. Dat onderwerp komt dus een andere keer…….
Want het voelt kwestbaar om hier te zitten…...en heel bijzonder, dat ook…..

Dus nu maar eerst een verhaal, dat is veilig…..
een oud hindoeïstisch verhaal, dat uit de tijd van het vroege, primitieve Boeddhisme stamt. ‘De Brahmaan en de valk-duif’, het gaat als volgt:

Een Brahmaan, een lid van de hoogste klasse uit het kastenstelsel, loopt in de tempelhof rond en ziet daar een valk. ‘Wat een rare duif’, zegt hij. Hij haalt een schaar en knipt van de vleugels van de valk de helft af en ook de nagels van zijn klauwen. Knip-knip-knip……’Nu ben je een mooie duif!’, zegt de brahmaan.
Maar de valk kan niet meer vliegen en geen prooi meer vangen……

De Brahmaan kan niet verder kijken dan zijn eigen kleine, beperkte  wereld.
Datgene wat onbekend is, moet worden bijgeknipt zodat het past in zijn wereld.
Zoals we weten, zijn verhalen bedoeld om toe te passen op ons eigen leven.

Ik wil het graag hebben met jullie over ‘Open ruimte’. Luisteren……
Als ik vanuit een hoofd vol met eigen ideeen, concepten luister naar een ander, dan loop ik het risico als de Brahmaan te zijn. Ik knip het verhaal van de ander zó bij dat het past in mijn wereld. Het verhaal klopt weer, dat lijkt rustig, veilig en vertrouwd te zijn.
Herkennnen we het als we aan het knippen zijn?
Dat we zgn. luisteren, maar eigenlijk alleen maar horen wat ons past,
en wat ons niet past aan het omvormen, vervormen of misvormen zijn?

Natuurlijk moet er bijgeknipt worden, dat is altijd nodig.
Als ik op mijn kussen zit, groeit het gras wel door…….dus zal ik ook moeten opstaan en het gras knippen. Maar in dit verhaal van ‘de Brahmaan en de valk-duif’ wordt geknipt vanuit mijn beperkte ‘ik’: ik heb een beeld, dat is de duif; de valk is de mij onbekende realiteit die ik niet kan zien. Mijn beperkte ik wil dat het bekend en vertrouwd is. Knip-knip-knip……zo, nu klopt het weer…..dat de valk, de realiteit, nu dood gaat, ja, dat zag ik niet……

Verhaal aap en vis uit dezelfde tijd:

Een aap was bezig een vis in een boom te zetten. Een voorbijganger vraagt de aap:
‘Wat ben je daar aan het doen?. ‘Ik heb de vis gered,’ zegt de aap, ‘hij was aan het verdrinken.’
De aap kan niet veel verder zien dan zijn kortzichtige inzicht en handelt ernaar.

In de Zentraditie gebeurt er in de Koan verhalen veel met snijden, afhakken.
Soms wel hele wrede verhalen voor onze Westerse oren: Meester Joshu die dreigt de kat doormidden te snijden, de meester die een vinger van zijn leerling afhakt, een leerling van Bodhidharma die zijn arm afhakt enz. Voor zover we weten zijn deze verhalen symbolisch bedoeld.
In de grote zenkloosters in Japan staat in de meditatiehal een Bodhisattva: Manjusri. Hij wordt afgebeeld met een groot zwaard om daarmee al onze illusies te doorklieven. Ook al ziet hij er niet bepaald vriendelijk uit, hij ís het wel, want hij helpt ons voorbij onze beperkte, ego gebonden wereld te komen.

In andere zenverhalen wordt het zwaard zelf als een illusie verbeeld.
Dan staat het voor opgeblazen machtsvertoon. In die verhalen wordt de krachtige Samoerai gemakkelijk ontwapend door een enkele opmerking of actie van een wijze zenmeester.
Beeld uit film: spring, summer, autumn, winter.

We gedragen ons vaak als een Samoerai. We vinden een waarheid, die voor ons helder is, ons zeker maakt, want alles klopt weer, ons leven loopt lekker, we voelen ons veilig…….

Het wils besluit om in stilte te gaan zitten op een kussentje, om naar deze Sesshin te komen,
vervolgens het ontwikkelen van vertrouwen om ontvankelijk te worden,
om leeg te worden, als een holle buis, waar het leven doorheen stroomt,
helpt mij om niet voortijdig of onnodig te knippen, maar voorbij ik-mij-mijn in die grote open, onbegrensde ruimte te zijn, Boeddha-natuur. 
Totdat ik mezelf erop betrap ineens weer als een Samoerai te zijn…..

Wij kennen allemaal momenten van totale toewijding, overgave, b.v.
in de natuur. Wij openen ons voor en naar de wereld, er is geen voor-of afkeur, we Zijn…..in een ontwaakte staat……Boeddha natuur…..fundamentele goedheid.
Mogelijk herkennen jullie het ook als je bij het sterfbed van een dierbare bent geweest: volledig present, aanwezig, als vanzelf voelend wat wel of niet passend is, tijd verdwijnt, we verwijlen………
Het is onze aangeboren, natuurlijke neiging om bij het zien van leed te willen helpen, uit te reiken om te doen wat we kunnen doen…….we zijn op zo’n moment niet bezig met onszelf….

In de praktijk komt er ook vaak niet zoveel van terecht, want we deinzen terug, omdat we bang zijn voor lijden. Het vraagt ook nogal wat…..
Want in het zicht van lijden  zijn er heel basaal twee reacties:

Voor het ontwikkelen van Karuna hebben we ook moed nodig, de krijger, die vanuit onverschrokken, onwrikbare zachtmoedigheid de vijand overwint, de vijand als zijnde agressie, afweer en levensangst en het handelen waartoe dit aanzet. 
Én we hebben ook het ontwikkelen van wijsheid, Prajna, nodig.

Het  verhaal van de boer en de cobra. In Vietnam was eens een boer, die buiten op het veld een zieke cobra aantrof. Het dier was meer dood dan levend en hij nam de cobra mee naar huis. Hij legde de slang op een comfortabele plek. Toen het tijd was om te gaan slapen zag hij nog geen verbetering. Hij bedacht dat hij de cobra wellicht nog beter kon helpen door hem bij zich in bed te leggen…….de volgende morgen was de boer dood.

Dit brengt me op de vier edele waarheden, bedoeld om te worden toegepast op de menselijke geest, met name hoe we ons bestaan beleven en op de gevolgen daarvan op ons handelen en spreken.
Samsara = de wereld zoals we die beleven in een ik-gerichtheid
Nirvana = de wereld zoals we die beleven wanneer de ik-gerichtheid gepasseerd is. De mens heeft alles ín zich, is dus niet afhankelijk van een macht buiten zichzelf. We hebben alles in huis om Boeddha natuur, ‘fundamentele goedheid’ zoals in de Shambala traditie wordt gezegd, om waarachtige medemenselijkheid te verstikken of bloot te leggen, op te delven.

De eerste edele waarheid spoort ons aan om de pijnlijke kant van ons bestaan onder ogen te zien. En te zien dat uiteindelijk onze levensangst én onze doodsangst niet anders is dan de angst voor pijn, de angst voor lijden. Waar we meestal pas noodgedwongen een relatie mee krijgen als we er zodanig mee geconfronteerd worden dat we er niet onderuit kunnen.
We kunnen nu, met een modern woord,  ‘ziekte-inzicht’ ontwikkelen.

De tweede edele waarheid stelt als feit dat ons lijden, Dukkha, oorzaken heeft. Want we willen allemaal gelukkig zijn, en ook dat onze dierbaren gelukkig zijn. En onze familie, onze vrienden, onze kennissen, onze buren, onze stadgenoten, landgenoten, alle wereldbewoners, alle levende wezens….
Maar ja…..als we verstrikt raken in het verschil tussen ons idee van gelukkig zijn en onze hoopvolle verlangens en de werkelijkheid…….ja, dan schiet het niet op….
De tweede edele waarheid roept ons op om niet voor verlossing of wraak naar buiten te kijken, maar om het licht naar binnen te richten.

De derde edele waarheid, de ‘beeindiging van het lijden’, helpt ons de staat van verlichting te bereiken, d.w.z. niet meer bevangen te raken in welke voorstelling van de werkelijkheid dan ook. Nirvana, verlichting, bestaat dus, ligt voorbij bevrediging of ontevredenheid. Hoera!! Het bestaat….
Weer even een persoonlijk tintje…..

(ogen dicht) Stel je voor dat je op een breed pad loopt met ver uitzicht alle kanten op: heldere lucht, zacht zonnetje, klein windje, zeker, veilig, in vrede met alles wat er is en zich voordoet…..en ineens, het líjkt uit het niets te zijn gebeurd, versmalt het pad……oehh, het wordt nog smaller, gladder, af en toe glij ik wat uit, verlies ik vaste grond onder de voeten, voorzichtig sta ik stil, kijk naar de aflopende wanden links van me, rechhts van me…….ik glij links een stukje naar beneden, voel me verdrietig, alleen, verloren, wordt bang, zal ik het brede pad weer terugvinden?…..ik herken dat dit niet helpt…..vind weer wat houvast op de wand……. kan weer terug omhoog klauteren…..loop opgelucht weer een stukje rechtdoor…..hé, dan gebeurt rechts hetzelfde……ik ben teleurgesteld, word boos op mezelf, op de wereld, wat een puinhoop, wat een geworstel, ik begrijp niets van die mensen die heel oud willen worden........ik herken dat dit niet helpt…..vind weer wat houvast……kan weer omhoog klauteren……zie de hele grote werkelijkheid, kan weer grinniken om het ‘gedoe’ van binnen……hé, wat wonderlijk toch, ineens loop ik weer op een veilig, breed pad…….

Ik las ergens in de Mumonkan een vers, dat in mij resoneerde:

Lopen op het scherp van de snede,
rennen over een scherp getande ijskorst,
zonder trappen of ladders:
met losse handen van een hoge rots springen!

De vierde edele waarheid: de ‘waarheid van het pad’, schetst de oorzaken die tot verlichting leiden. In de tweede edele waarheid  ontdekte Boeddha de oorzaken van een inhumane, egocentrische levenshouding en in de vierde edele waarheid geeft hij ons de oorzaken van een humane, verlichte levenshouding, het gaan van het achtvoudige pad.

Geen God, geen geloof en geen ego typeren het religieuze gezicht van het Boeddhisme. Ze hebben wel een gemeenschappelijke wortel, waar we bij komen via de vraag: ‘Wat is werkelijkheid en wat is schijn?’.
Niet alles is illusie, niet alles is schijn. Met de metafysiche/filosofische kant van deze vraag houdt het Boeddhisme zich niet bezig. Wel met de praktische vraag:

Hoe onderscheiden we in ons dagelijks leven schijn en werkelijkheid van elkaar en kunnen we meer onderscheidingsvermogen ontwikkelen?

Waar is het zwaard, waar is het knippen nodig om mijn kleine, beperkte ik te doden,
Om zo ruimte te maken voor het vrije, egoloze en vormloze zelf, dat niets is en alles…

Die open ruimte……hoe komen we daar? Hoe ontwikkelen we dat?
We gaan weer op ons kussentje zitten, met ‘alles is welkom’, geen voorkeur, geen afkeur…….waarnemen en laten……..steeds minder wolkjes…….steeds stiller wordend……..hoe bevrijdend…….

Voor mij, in de fase van beoefening, waar ik nu ben, soms ook hoe eng…….
soms kan ik wat bang worden voor eenzaamheid in onze wereld van menselijke relaties…..als ik mij niet verstaan voel, niet begrepen door vrienden in de keuzes voor Zen beoefening die ik maak. Het vraagt van mij dat ik zo helder mogelijk probeer te zijn in de betekenis ervan voor mij, voor en in mijn leven.

Ik lees de woorden van Joshu Sasaki Roshi, een Rinzai leraar uit de vorige eeuw over verlichtingservaringen: hoezeer je er ook naar zoekt of het zelfs gevonden hebt, je kunt er maar heel kort in verblijven. De Boeddha wereld is droog en smakeloos…..daar moet je de wereld van proeven, ruiken, aanraken, horen en zien opgeven……..
(van Japan naar USA, 107 geworden, lange periode van sexual misconduct met vrl. leerlingen, pas heel laat in zijn leven openbaar geworden)

De Grote Chinese Zenmeester Dahui (Jap: Ta-hui Tsung-kao, 1093-1163) zegt:

‘Zen is als een groot vuur. Nader je het, dan zal het zeker je gezicht verschroeien.
Zen is ook als een zwaard dat juist wordt getrokken: is het eenmaal uit de schede, zo zal zeker iemand het leven laten. Als je echter noch aanvalt, noch het vuur nadert, ben je niet beter dan een steen of een stuk hout. In deze uiterste toespitsing is moedige vastberadenheid nodig’.

Kortom: het leven blijft lastig………wat kan ik doen….???

weer gaan zitten op een kussentje…….zitten met ‘Groot Vertrouwen’……en

weer opstaan en doen wat ik te doen heb……

Marli Lindeboom
Ahornlaan 7
3053 WL Rotterdam
T 010-418 63 42
M 06-12755459
E M.L.Lindeboom@gmail.com Facebook